ClaudicatioNet op Twitter

27 juni 2018

Interview met Qudrat Alikhil over substitutieproject Deel 2.

Interview met Qudrat Alikhil over substitutieproject Deel 2.

In het tweede deel van het 'Veenendaal substitutie' project komt de andere initiatiefnemer, Qudrat Alikhil, kaderhuisarts Hart- en Vaatziekten aan het woord over zijn ervaringen met dit project.

 

Hi Qudrat, Lex heeft vanuit zijn perspectief 'jullie' project al toegelicht. Zou jij het desalniettemin ook nog een keer willen uitleggen?

 

Ik liep al langere tijd rond met het idee om iets aan de PAV-aanpak in de regio te doen.  PAV is een aandoening die in veel gevallen (conform NHG-standaard) in de eerste lijn kan worden behandeld, terwijl dit in de werkelijkheid niet altijd gebeurt. Ik vind dat alleen naar de tweede lijn moet worden doorverwezen wanneer dit ook daadwerkelijk zinnig is. Ik wilde daarom in de eerste lijn meer aandacht aan PAV schenken: een betere diagnostiek en herkenning van klachten. De betrouwbaarheid van de diagnostiek (lees, enkel-arm index) en het doorvragen bij patiënten kan in vele gevallen nog wel verbeterd worden. Patiënten kunnen klachten verbloemen middels leefstijlaanpassingen. Deze patiënten lijden daadwerkelijk aan klachten, maar worden in mijn optiek regelmatig niet gediagnostiseerd en daar wilde ik met dit project iets aan doen.

 

Hoe hebben jullie dit project opgestart?

 

Lex kwam dus bij mij met een voorstel. Dit leek me een mooie gelegenheid om dit probleem op te pakken. Wij zijn onderdeel van een geïntegreerd eerstelijns zorgcentrum. We hebben ons plan bij het bestuur neergelegd, welke vervolgens erg enthousiast reageerde en aangaf het project financieel te willen ondersteunen. Er is een protocol m.b.t. diagnostiek en behandeling van PAV ontwikkeld. Ook hebben we geïnventariseerd bij betrokken huisartsen ( GEZ Veenendaal West) of er behoefte was aan scholing omtrent PAV. Aangezien die behoefte aanwezig was, hebben we het doorgepakt en een scholing gegeven aan de praktijkondersteuners van betrokken huisartsen.

 

Natuurlijk is zo'n project opzetten niet altijd even makkelijk. Hebben jullie ook moeilijkheden ervaren?

 

Het lastigste denk ik is het enthousiasmeren van collega-huisartsen (zowel het enthousiasmeren voor het verbeteren van diagnostiek, als ook voor de nascholing). Deze groep zit tot aan de oren in het werk en vernieuwingen moet zeer relevant zijn wil je men mee krijgen. Ik denk dat het belangrijk is om dit onderwerp op een positieve manier te brengen. Het is immers onze eigen richtlijn (NHG-standaard PAV), die we met z'n allen moeten omarmen. We hebben daarom in goed overleg met de huisartsen het programma ontwikkeld en opgezet.

Daarnaast hebben we geprobeerd het gehele proces van diagnostiek en verwijzen zo eenvoudig mogelijk te houden. Eventuele struikelblokken hebben wij geprobeerd op te lossen, waardoor de overige huisartsen minder werk hoefden te verrichten. Een voorbeeld hiervan is het ontwikkelen van een overzichtelijk stroomdiagram en het attenderen op verwijzen naar ClaudicatioNet therapeuten voor gesuperviseerde looptherapie. Ook hebben we aangegeven dat verwijzingen naar de tweedelijn conform de regionale transmurale afspraken met de vaatchirurgie dienen plaats te vinden.

 

En hoe is het project uiteindelijk ontvangen?

 

Enthousiast! betrokken praktijken waren vertegenwoordigd op de nascholing. Lex houdt momenteel bij of er meer verwijzingen zijn ontvangen vanuit huisartsen. Ik ben erg benieuwd naar de uitslag hiervan.

 

Ten slotte: heb je nog tips voor andere fysiotherapeuten of (kader)huisartsen die een soortgelijk project willen opzetten?

 

Het allerbelangrijkste is dat het project wordt uitgevoerd door enthousiaste kartrekkers. Het kost namelijk ontzettend veel tijd en energie om een protocol te schrijven, huisartsen te enthousiasmeren etc. Daarnaast zou ik willen adviseren om vroegtijdig alle belanghebbenden bij het project te betrekken, zodat van het begin af aan alle neuzen dezelfde kant op staan. Tenslotte denk ik dat over het algemeen kaderhuisartsen zulke projecten wel willen oppakken, aangezien ze affiniteit hebben met deze aandoening. Dit hoeft echter niet noodzakelijk een uitvoerende rol te zijn; ook als adviserende rol lijkt het me waardevol de kaderhuisarts vroegtijdig bij het project te betrekken.

Terug naar het overzicht